Na een zware periode ben ik ‘s avonds mijn conditie weer aan het opbouwen. Het is zwaar. Conditie gaat niet vanzelf, ze vraagt toewijding, regelmaat en de bereidheid om er op avonden dat je liever op de bank zit toch naartoe te gaan.
Op zo’n avond dacht ik: stel dat er een pil was. Niet een neppil, een echte. Neem hem in en je wordt er fitter van. Geen zweet, geen pijn, geen avonden in de sportschool. Gewoon het resultaat.
Maar terwijl ik erover nadacht, bekroop me een gevoel: als die pil er was, wat zou ik er dan eigenlijk aan hebben?
Wat kinderen leren als je ze alles geeft
Een kind dat alles krijgt zonder er iets voor te doen, ontwikkelt iets niet. Niet alleen doorzettingsvermogen of frustratiegrens, het mist ook de ervaring dat het iets kan. Dat het heeft gevochten voor iets en het heeft gekregen. Dat het zelf heeft bijgedragen aan wat het nu heeft.
De weg naar iets toe is niet alleen de prijs die je betaalt. Het is deels de waarde zelf.
Ken je het gevoel van een verlangen? Iets waar je naar uitkijkt, op hoopt, voor werkt? Dat verlangen geeft energie. Het geeft richting. Het geeft je iets om ‘s ochtends voor op te staan, of ‘s avonds voor de deur uit te gaan. En als je het dan hebt bereikt, is het mooi. Maar na verloop van tijd is het gewoon normaal. De spanning is weg. Het verlangen is gestild.
Psychologen noemen dit hedonische adaptatie: wij passen ons aan het goede aan. Wat bijzonder was, wordt gewoon. Niet omdat wij ondankbaar zijn, maar omdat het zo werkt. De beste momenten in ons leven zijn vaak niet de aankomst maar de reis.
Het verlangen naar iets geeft ons energie. Als we het hebben, wordt het normaal. De weg is niet de prijs, de weg is deel van de waarde.
De afslankpil die je niets geeft
Stel: de pil werkt. Je wordt er fitter van zonder te trainen. Maar dan?
Je hebt de conditie, maar niet het gevoel dat jij iets hebt gedaan. Je hebt geen avonden overwonnen waarop je thuis wilde blijven. Je hebt niet geleerd omgaan met pijn in je benen en toch doorzetten. Je hebt niet ontdekt dat je meer kunt dan je dacht. Je hebt het resultaat, maar jezelf ben je niet tegengekomen onderweg.
Paulus schrijft in Filippenzen 4:11: ‘Ik heb geleerd tevreden te zijn.’ Memathetai, geleerd, door ervaring, door oefening, door goede perioden en zware. Niet ontvangen. Niet geschonken. Geleerd.
En in Filippenzen 4:12: ‘Ik weet wat het is vernederd te zijn, ik weet ook wat het is overvloed te hebben.’ Paulus’ rust is geen aangeboren gave of pil, het is de vrucht van een leven dat hem van alles heeft geleerd. Die kennis heeft hij. Niet ondanks het proces maar door het proces.
Zalig die hongeren
Er is een zaligspreking die ik altijd opvallend vind. Jezus zegt niet: zalig zijn zij die verzadigd zijn. Hij zegt:
“Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”, Matteüs 5:6
Het honger en dorst zelf is de zalige toestand. Niet alleen het eindpunt, ook de levende spanning van het verlangen. Iemand die brandt naar gerechtigheid, die het nog niet heeft en er niet mee klaar is, die elk morgen opstaat met het besef dat er iets is wat groter is dan hijzelf en waar hij naar onderweg is, dat is iemand die leeft.
Een afslankpil voor gerechtigheid, instant voldaanheid, geen honger meer, klinkt aanlokkelijk. Maar wie geen honger meer heeft, eet niet meer. En wie niet meer verlangt naar gerechtigheid, groeit er ook niet meer naartoe.
De verloren zoon die thuis was gebleven
Stel dat de vader van de verloren zoon hem direct naar huis had gebracht toen hij voor het eerst het huis verliet. Geen verre reis, geen ellende, geen varkens voederen, geen moment van ‘tot zichzelf komen’ in een vreemd land.
Dan was er geen omhelzing op de oprit. Dan was er geen feestmaal. Dan was er geen thuiskomen, want hij was nooit werkelijk weg geweest.
Lukas 15:17 beschrijft het scharnierpunt van het verhaal met één zin: ‘en toen hij tot zichzelf inkeerde.’ Hij moest ver genoeg van huis zijn, lang genoeg in de ellende, om zichzelf te vinden. De weg terug begint pas als je weet waar je vandaan komt en wat je hebt gemist.
Dat is geen theologie van de verdiende genade, alsof je de ellende nodig hebt om het te verdienen. Het is een waarneming over hoe mensen werken. Wij leren van de weg. Wij worden gevormd door wat wij meemaken. De snelle route ontneemt ons precies de omweg waarop wij onszelf tegenkomen.
Wie nooit heeft gemist, weet niet wat hij heeft. Wie nooit verlangd heeft, weet niet waarnaar hij op weg is.
Wat conditieopbouw je geeft
Terug naar de sportschool. Na een paar weken begint er iets te veranderen. Niet alleen in de longen en de benen, ook in het hoofd. Je merkt dat iets gaat wat eerst niet ging. Je hebt een avond overwonnen waarop je niet wilde. Je weet wat je hebt gedaan om hier te zijn.
Dat is niet het bijproduct van de conditie. Dat IS de conditie, voor een groot deel.
Paulus omschrijft het in Romeinen 5:3-4 als een keten die hij kennelijk zelf heeft ervaren: ‘de verdrukking brengt volharding voort, en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop.’ Geen van die stappen is over te slaan. De hoop aan het einde is niet dezelfde hoop als aan het begin, ze is gerijpt door wat eraan vooraf ging.
God verandert mensen. Niet als een pil, als een trainer en een weg. Geduldig, aanwezig, die weet dat de conditie die telt alleen opgebouwd wordt door er doorheen te gaan. En die er ook is op de avond dat je niet wilde maar toch ging.
“Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”, Matteüs 5:6
, Dit spinsel ontstond ‘s avonds op de loopband. Zo hoort het.
Bronnen
Filippenzen 4:11-12; Matteüs 5:6; Lukas 15:11-32; Romeinen 5:3-4, Herziene Statenvertaling (HSV).
Paul, H. (2019). Shoppen in advent. KokBoekencentrum Non-Fictie.
Gilbert, D. (2006). Stumbling on Happiness. Knopf., over hedonische adaptatie en verwachting.
Frankl, V. (1946). Man’s Search for Meaning., over verlangen, betekenis en de waarde van de weg.
Wright, N.T. (2010). After You Believe. HarperOne.