‘God verandert mensen.’ De slogan van de Evangelische Omroep. En hij klopt, maar de manier waarop die verandering wordt gepresenteerd verdient een nauwkeuriger verhaal.

In evangelische kringen is het gangbare beeld voor spirituele transformatie dat van de metamorfose: de rups die vlinder wordt, de kikkervis die kikker wordt. Barry McGuire zong er al in 1974 over: Bullfrogs and Butterflies, they’ve both been born again. Aantrekkelijk beeld. Direct, compleet, onomkeerbaar. Je was zo, nu ben je zo. Klaar.

Er is alleen één probleem: het klopt niet met de praktijk van het geestelijk leven. En het klopt evenmin met wat het Nieuwe Testament beschrijft.

Het Griekse werkwoord dat niemand citeert

Paulus gebruikt in Romeinen 12:2 inderdaad het woord metamorfose, maar lees het Griekse werkwoord precies: metamorphousthe. Het staat in de continu tegenwoordige imperatief. Niet: je bent getransformeerd, als een rups die vlinder is geworden. Maar: blijf voortdurend getransformeerd worden. Het is een werkwoord zonder eindpunt.

“En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken.”, Romeinen 12:2

De rups en de vlinder zijn het verkeerde beeld omdat ze de transformatie presenteren als een eenmalige, onomkeerbare, voltooide overgang. Het Griekse werkwoord beschrijft iets anders: een doorlopend proces dat niet op een gegeven moment klaar is.

En dan is er Romeinen 7, dezelfde Paulus, vermoedelijk over zijn eigen geestelijk leven ná zijn bekering:

“Want wat ik doe, begrijp ik zelf niet. Immers wat ik wil, doe ik niet, maar wat ik haat, dat doe ik.”, Romeinen 7:15

Dit is geen bekering die nog moet komen. Dit is de eerlijke beschrijving van iemand die al jaren met Christus leeft, en nog steeds worstelt met het patroon dat hij niet wil. De vlinder heeft last van vlinderdingen. De kikker springt soms terug in het water.

Het geestelijk leven heeft meer ups en downs dan de metamorfose-metafoor toelaat, en het Nieuwe Testament weet dat.

Geleerd

Er is een werkwoord in Filippenzen 4 dat dit preciezer zegt dan welke metafoor ook. Paulus schrijft:

“Ik heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik ben.”, Filippenzen 4:11

Het Griekse woord is memathetai, ik heb het geleerd. Niet: ik heb het ontvangen als gave. Niet: het is mij overkomen als een doorbraak. Maar: ik heb het geleerd, door oefening, door omstandigheden, door vallen en opstaan, door te merken wat werkt en wat niet.

Dat is een ander verhaal dan de vlinder. Een leerproces heeft terugval. Het heeft momenten waarop je denkt dat je het wist en het dan toch kwijt bent. Het heeft herhaling van dezelfde les op verschillende niveaus. Het heeft een leraar die geduldig is.

Filippenzen 4:12 maakt het nog concreter: ‘Ik weet wat het is vernederd te zijn, ik weet ook wat het is overvloed te hebben; in elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd zijn als in honger leiden, zowel in overvloed hebben als in gebrek lijden.’ Ingewijd, het Griekse museoo, een term uit de mysteriegodsdiensten: geïnitieerd door ervaring. Niet door openbaring maar door doorleven.

Het carillon in de winkelstraat

Herman Paul, hoogleraar in Leiden, beschrijft in Shoppen in advent (2019) hoe secularisatie werkt. Niet als stormvloed maar als een gonzende winkelstraat in december. De mensen zijn zo druk met kerstaankopen dat ze nauwelijks acht slaan op het carillon in de stadhuistoren dat een oud adventslied speelt.

Zijn these: secularisatie draait om transformatie van het zelf, wie ik ben, waar ik bij hoor, wat ik aandacht geef en waar ik naar verlang. Geen dramatisch afscheid van God. Gewoon een hart dat geleidelijk ergens anders naartoe verschuift.

Ik lees dit als de beschrijving van een beweging die christenen kennen, maar dan ook in de andere richting. Wie bidt, wie gemeenschap zoekt, wie de aandacht steeds opnieuw terugbrengt naar wat werkelijk telt: dat hart verschuift ook. Niet ineens. Niet definitief. Maar werkelijk.

En soms staat hij weer in de winkelstraat en hoort het carillon niet. Dat hoort erbij.

Simul iustus et peccator

Luther had hier een Latijnse formule voor die ongemakkelijk eerlijk is: simul iustus et peccator. Tegelijkertijd rechtvaardig en zondaar. Niet eerst het een en dan het ander. Niet de rups die vlinder wordt en klaar is. Maar beide tegelijk, voortdurend, tot het einde.

Dit is geen pessimisme over het geestelijk leven. Het is een bevrijdende realiteitszin. De christen die struikelt hoeft niet te concluderen dat zijn transformatie mislukt is of dat God hem heeft losgelaten. De strijd is niet het bewijs van afwezigheid van de Geest, hij is het bewijs van aanwezigheid. Een dood lichaam vecht niet.

Hebreeën 12:1 spreekt over ‘de zonde die ons zo gemakkelijk omstrikt’, alsof die er altijd is, aan de zijlijn, wachtend. De oproep is niet: zorg dat je haar nooit meer ziet. De oproep is: ren met volharding. Volharding impliceert dat je moe wordt, dat je soms wilt stoppen, dat de wedstrijd lang duurt.

Het atletiekmodel

Paulus kiest in 1 Korintiërs 9 zelf voor de sportvergelijking, en hij kiest niet de metamorfose maar de training:

“Weet u niet dat zij die in een stadion lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die ontvangt. En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles.”, 1 Korintiërs 9:24-25

Training heeft slechte dagen. Training heeft blessures. Training heeft perioden waarin je terugvalt op een lager niveau dan je dacht bereikt te hebben. En training heeft het moment waarop je merkt: dit gaat nu toch beter dan een jaar geleden, niet omdat er een wonder is gebeurd maar omdat je het hebt geoefend.

Dat is een eerlijker beeld voor het geestelijk leven dan de rups en de vlinder. Geen onomkeerbare overgang maar een lange oefening, met God als trainer die niet afhaakt als je een slechte week hebt.

De geestelijke groei lijkt minder op een vlinder en meer op een atleet: traag, met terugval, met aanhouding, met een leraar die geduldig is.

Waar je hart vol van is

Matteüs 6:21, ‘waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn’, beschrijft het mechanisme dat door dit alles heen loopt. Het hart volgt de schat. Wie de toekomst aan God toevertrouwt, wie niet meer alles op zekerheid zet, wie de aandacht steeds opnieuw terugbrengt naar het Koninkrijk: dat hart verschuift.

Niet ineens. Niet definitief. Soms een stap vooruit, soms twee terug. Maar in de lange lijn, memathetai, ik heb het geleerd, is er beweging. Dat is genoeg.

God verandert mensen. Maar stiller dan een vlinder, taaier dan een kikker, en met meer geduld dan welke trainer ook.

Bronnen

Paul, H. (2019). Shoppen in advent. KokBoekencentrum Non-Fictie.

McGuire, B. (1974). Bullfrogs and Butterflies. Sparrow Records.

Fee, G.D. (1994). God’s Empowering Presence. Hendrickson.

Wright, N.T. (2010). After You Believe. HarperOne.

Luther, M. Simul iustus et peccator, geformuleerd in verschillende geschriften, waaronder In epistolam S. Pauli ad Galatas commentarius (1535).

Alle Bijbelcitaten: Herziene Statenvertaling (HSV).